Wieringerwerf | Oosterterpweg

De Gemeente Hollands Kroon en het Rijksvastgoedbedrijf hebben de ambitie om ten oosten van de kern Wieringerwerf een nieuwe groene en gevarieerde woonwijk te ontwikkelen. In 2024 is daartoe een samenwerkingsovereenkomst aangegaan om in dit gebied 800 tot 1.000 woningen te realiseren. IMOSS heeft in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf in nauwe samenwerking met de Gemeente Hollands Kroon zowel de Nota van Uitgangspunten, het Stedenbouwkundig Plan als het Beeldkwaliteitsplan voor dit gebied opgesteld. De Nota van Uitgangspunten geldt voor het gehele gebied en is in november 2025 door de Gemeenteraad vastgesteld. Het Stedenbouwkundig Plan en het Beeldkwaliteitsplan zien op de ontwikkeling van de eerste 330 woningen en zijn in 2026 vastgesteld. Op basis van deze documenten is het Rijksvastgoedbedrijf een openbare verkoopprocedure van de gronden gestart.

Ligging

Het gebied bevindt zich tussen de Oosterterptocht en de Oosterterpweg. In het noordoosten wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden, wat bijdraagt aan een agrarische en open uitstraling van het gebied. Het plangebied is gelegen aan de dorpsrand en grenst direct aan de wijk Oosterterp. Gescheiden door de Oosterterptocht grenst het projectgebied ook aan de Planetenwijk en de Schepenwijk.

De boerderij De Oosterterp, gelegen aan de Oosterterpweg 1 en omringd door het plangebied, speelt een belangrijke rol in het ontwerp van het gebied. Gezien het historische karakter van de boerderij en haar ligging, is het van belang dat deze boerderij op een zorgvuldige manier wordt opgenomen in het ontwerp en de ontwikkeling van het plangebied.

Het verhaal van Wieringerwerf

De gebiedsontwikkeling aan de Oosterterpweg voegt een nieuw hoofdstuk toe aan de geschiedenis van het dorp. Om hierbij tot verantwoorde keuzes te komen, hebben wij kennis genomen van het gebied, om daarmee weloverwogen de volgende stap te zetten in de geschiedenis van deze bijzondere plek. Daartoe dient het verhaal van Wieringerwerf als inspiratie. De historische ontwikkeling van het landschap is voor ons inspiratiebron voor het karakter van Wieringerwerf.

Een dorp in de polder

West-Friesland wordt al vroeg bedijkt om het land te beschermen: de West-Friese omdijk. Om ook weer land terug te winnen wordt er vanaf eind 16e eeuw enthousiast bedijkt en ingepolderd, zoals de Zijpepolder in 1597 en de Anna Paulownapolder in 1847. De eerste plannen voor inpoldering van de Wieringermeer en het aanleggen van de Afsluitdijk komen voort uit de oprichting van de Zuiderzeevereeniging in 1886. Na aanleg van de afsluitdijk in 1927 volgt als snel de inpoldering van de Wieringermeerpolder. De polder werd vooral ingericht op basis van waterstaatkundige redenen, die weer samenhingen met verschillen in bodemhoogte van de sterk hellende Zuiderzeebodem.

Voor de stedenbouwkundige inrichting van de polder is de Delftse hoogleraar prof.ir. M.J. Granpré Molière aangetrokken. Uit een onderzoek van SteenhuisMeurs, dat in 2017 het Cultuurhistorisch advies en referentie voor herstructurering van Wieringerwerf opleverde, blijkt hoe sterk de dorpsplannen geworteld zijn in zowel de architectonische traditie als de sociale structuur van de poldermaatschappij.

Stedenbouwkundige context

Granpré Molière plaatste het dorp Wieringerwerf in zijn eerste plannen op de Terp. De Terp bleek later ongeschikt te zijn voor bebouwing. In de plannen die daarop volgden werd het centrum ten noorden van de Oosterterptocht geprojecteerd. Deze plannen kwamen tot uitvoering en vanaf 1937 werden de eerste panden betrokken. De dijkdoorbraak en inundatie van de polder aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zorgde ervoor dat het centrum van Wieringerwerf grotendeels verwoest werd. Voor de wederopbouw werd het oorspronkelijke stratenpatroon dat Granpré Molière had ontworpen aangehouden. Ook de uitloop van het centrum is gebaseerd op zijn ontwerpen. Latere uitbreidingswijken zijn in eerste instantie ten oosten van Wieringerwerf gebouwd. In de jaren ‘90 wordt de sprong naar de zuidzijde van de Oosterterptocht gemaakt.

Overkoepelende ambities

Op stedenbouwkundig niveau geldt Positieve Gezondheid een overkoepelende ambitie. Hierbij worden de zes dimensies van Positieve Gezondheid als uitgangspunt genomen:

  1. Lichaamsfuncties – De fysieke omgeving maakt gezond gedrag makkelijker dan ongezond gedrag
  2. Mentaal welbevinden – Een omgeving die rust en schoonheid biedt, ondersteunt veerkracht
  3. Zingeving – Een plek geeft betekenis als mensen er zich mee kunnen verbinden
  4. Kwaliteit van leven – Een omgeving waar je graag bent, verhoogt het dagelijks welzijn
  5. Meedoen – Ruimte die ontmoeting uitnodigt, versterkt de sociale samenhang
  6. Dagelijks functioneren – en omgeving die praktische drempels wegneemt, geeft mensen regie

Ruimtelijke uitgangspunten

We eren de historie van de polder en omarmen deze in de toekomstige structuur. De volgende elementen dienen hierbij als ruimtelijke uitgangspunten:

  • De poldersloten als kaarsrechte lijnen door het landschap;
  • De boerenerven als groene eilanden met karakteristieke opzet aan de Oosterterpweg;
  • Het poldergrid dat verkleind wordt om een menselijke maat te introduceren (ontginning om te wonen vraagt een schaalverkleining ten opzichten van de bestaande ontginning ten behoeve van de landbouw)

We verankeren groen onlosmakelijk in de toekomstige structuur. De volgende elementen dienen hierbij als ruimtelijke uitgangspunten:

  • Het verfijnde krekensysteem uit vervlogen tijden als inspiratie voor een groen netwerk dat tot in de haarvaten van de wijk doordringt;
  • Verbinding met het bestaande groene weefsel van Wieringerwerf om doorwaadbaarheid te garanderen en te zorgen dat de ontwikkeling niet op zichzelf staat;
  • Aansluiten op de groene grenzen om een passende verbinding tussen dorp en landschap te maken.

Ruimtelijke visie

De ruimtelijke visie is een samenvoeging van de twee belangrijkste ruimtelijke dragers:

  • De historische polderontginning met de sloten, het verkleinde grid en de boerenerven;
  • Het groene systeem dat haar basis vindt in de kreken en een logische verbinding heeft met de omgeving en het onderliggende landschap.

Deze systemen vormen samen de mal voor de hoofdstructuur van het Stedenbouwkundig Plan dat als intermediair verbinding legt met de omgeving. Uit deze hoofdstructuur volgt als vanzelfsprekend de contramal: de woonvelden.

De bestaande poldersloten behouden hun karakter en snijden als kaarsrechte lijnen door het gebied. De strakke verkaveling, typerende hoekverdraaiingen en functionele opzet geven de polder zijn karakteristieke ritme. Het nieuw geïntroduceerde verkleinde poldergrid geeft menselijke maat, en op basis van dit grid worden de woonvelden opgezet. Ook geeft dit grid richting aan de belangrijkste ontsluiting van de wijk. Het ritme en de lijn van de oorspronkelijke erven wordt opgepakt aan de Oosterterpweg en nieuwe erven worden hier toegevoegd.

Het groene systeem wordt verankerd in de wijk en vertaald in het Slenkenpark. Deze is geïnspireerd op het oude krekensysteem en vindt haar plek op zo’n manier dat deze zowel binnen het plangebied de functie van park kan vervullen, maar ook op hoger schaalniveau als intermediair verbindingen zoekt met bestaand groen en het omliggende landschap. De oude slenken vormen de landschappelijke drager en brengen reliëf en identiteit in het plan en zorgen voor een natuurlijke, recreatieve en sociale verbinder. Geïnspireerd op de natuurlijke stroming van een rivier zullen de binnenbochten een zachte kant van het park zijn met een natuurlijke overgang naar de aangrenzende woningen. Hier is ruimte voor waterberging en verblijven. De buitenbochten zullen worden gekenmerkt door een recreatieve fietsverbinding en een harde grens aan het park

Visie op beeldkwaliteit

In het plan zijn de volgende algemeen geldende principes voor de beeldkwaliteit van de openbare ruimte opgenomen:

  • Het Slenkenpark is de ecologische, recreatieve en sociale drager van het plan. De structuur van het park is geënt op de landschappelijke ontstaansgeschiedenis en geeft daarmee identiteit aan de wijk;
  • Met de groenstructuren die zullen ontstaan zal de nieuwe wijk aansluiten op het omringende landschap. De wijk krijgt als geheel een groene omkadering die voor deze vloeiende overgang zal zorgen. Dit sluit aan bij het principe van groene grenzen dat in de rest van Wieringerwerf zelf ook wordt toegepast;
  • In verband met klimaatadaptatie wordt de openbare ruimte zo groen mogelijk ingericht met veel bomen. Regenwater wordt waar mogelijk oppervlakkig afgevoerd richting centraal gelegen retentiegebieden;
  • De hoofdstructuur die de woonvelden onderling verbindt kent een eenduidig, groen wegprofiel met aan beide zijden een groenstrook met bomen. In dit profiel worden geen parkeerplaatsen gerealiseerd;
  • Binnen de woonvelden vindt het parkeren zoveel mogelijk plaats op achterterreinen, daarnaast is er ruimte voor groen om water op te vangen en te laten infiltreren en/of af te voeren. Groenstroken zijn hiervoor opgenomen in het straatprofiel.

De architectuur laat zich losjes inspireren door de oorspronkelijke ontwerpfilosofie van Granpré Molière. De uitstraling van de wijk krijgt daarmee een relatie met de oudste buurten in het centrum van Wieringerwerf en onderscheidt zich hierin van de latere wijken aan de huidige randen van het dorp.

Hout wordt gezien als belangrijke aanvulling en verrijking van het baksteen gevelbeeld. Dit kan variëren van ondergeschikte geveldelen tot constructieve elementen bij wonen in het Slenkenpark en zelfs gehele houten gevels bij wonen aan de Oosterterpweg. Het hout in de architectuur is een verbindend thema in de wijk als geheel. Bovendien draagt het bij aan het streven naar circulair bouwen en het verminderen van de carbon-footprint.

opdrachtgever Rijksvastgoedbedrijf